- Home
- Regelgeving ondernemen
- Van ZZP naar MKB: Personeel aannemen
- Niet-beïnvloedbare risico’s weerhouden werkgevers ervan personeel aan te nemen
Niet-beïnvloedbare risico’s weerhouden werkgevers ervan personeel aan te nemen
- Door De redactie
- Datum 29/05/2008
- Van ZZP naar MKB: Personeel aannemen
Ruim de helft van de ondernemers in het midden- en kleinbedrijf vindt de risico’s van het aannemen van personeel te groot. Een op de vier verkoopt nog liever nee aan opdrachtgevers dan nieuw personeel aan te nemen om aan de vraag te voldoen. Bij een economische groei van 2,5 procent betekent dat een verlies van 61.000 vacatures per jaar. 90 Procent van de zelfstandigen zonder personeel wil zelfs geen werkgever worden.
MKB-Nederland brengt deze en andere onderzoeksresultaten vandaag in bij de commissie-Bakker, die de ondernemerskoepel om extra input heeft gevraagd voor het arbeidsmarktadvies dat zij half juni presenteert aan het kabinet. MKB-Nederland concludeert dat het kabinet zijn participatiedoelstellingen niet zal halen als ontlastende maatregelen voor werkgevers uitblijven. Het werkgeverschap moet aantrekkelijker worden.
Om de commissie-Bakker een duidelijk beeld te geven van wat ondernemers in het mkb beweegt om wel of niet (meer) personeel aan te nemen, heeft MKB-Nederland de grootste belemmeringen van het werkgeverschap in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat ondernemers die in essentie wel personeel willen aannemen, hiervan worden weerhouden omdat zij de kosten en risico’s die dit met zich meebrengt niet kunnen overzien en het daarom niet aandurven.
Ondernemers met personeel moeten voldoen aan tenminste veertig regelingen; 23 van deze regelingen brengen risico’s teweeg waarop zij op geen enkele wijze invloed hebben (loondoorbetaling bij ziekte, zorg- en pensioenpremie et cetera).
De kosten en risico’s van het werkgeverschap zijn de afgelopen zeven jaar fors toegenomen door nieuwe wet- en regelgeving, zoals de wet Arbeid en Zorg, de wet Verlenging Loondoorbetaling bij ziekte en de Zorgverzekeringswet. En ook op dit moment zijn diverse voorstellen in de maak waarmee kabinet en politieke partijen werkgevers opnieuw verantwoordelijk stellen voor de bescherming van de positie van werknemers.
“De kosten voor werknemers zijn onbeheersbaar geworden”, zegt voorzitter Loek Hermans, die volgende week een (uitgesteld) gesprek heeft met de commissie-Bakker.
Voor 53 procent van de ondernemers vormen deze risico’s de grootste belemmering om (meer) mensen aan te nemen. Vooral de risico’s van ziekte en arbeidsongeschiktheid wegen zwaar. Een kwart verkoopt om die reden zelfs liever nee aan klanten dan personeel aan te trekken. “Verontrustend”, vindt Hermans. Het kost de arbeidsmarkt op jaarbasis 61.000 vacatures bij een economische groei van 2,5 procent (ruim 36.000 bij 1,5 procent groei), zo heeft de ondernemersorganisatie becijferd.
Een kwart van de ondernemers noemt de kosten van arbeid als grootste struikelblok.
Het nettoloon is niet het probleem, maar de bijkomende kosten die een steeds groter deel van de loonkosten bepalen (zoals de stijgende pensioen- en zorgpremies). Voor een werknemer met een nettoloon van € 1450 per maand komt er voor de werkgever 33 procent (€440) aan extra kosten bovenop. Dat percentage loopt op tot 97 (€ 3330) bij een nettosalaris van €3420 (twee keer modaal).
Ondernemers hekelen in dit verband met name de premies werknemersverzekeringen, die de afgelopen jaren fors zijn toegenomen. Zij vinden deze kostenstijgingen onbegrijpelijk, omdat de lasten voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid juist dankzij hun inzet sterk zijn afgenomen. Ook de zorgpremie en de kosten voor werknemerspensioenen stijgen onevenredig ten laste van de werkgever.
De ‘onvindbaarheid’ van geschikte mensen speelt ondernemers eveneens parten: 50 procent noemt ook dit punt als een belemmering. Hermans: “Werkgevers nemen al genoegen met mensen die voor 75 procent voldoen. Mensen die aan alle eisen voldoen, zijn er niet meer.”
Door de mismatch tussen vraag en aanbod blijven kansen voor het verhogen van de arbeidsparticipatie onbenut, stelt hij. “De essentie van het probleem is dat de overheid en de vakbeweging veel te veel uitgaan van het aanbod op de arbeidsmarkt en niet de vraag in het bedrijfsleven. De overheid zit te veel in het huwelijk tussen werkgevers en werknemers. De schotten moeten eruit. Je kan het paard wel naar de beek brengen, maar als het niet wil drinken, schiet je er niks mee op.”
Als de opeenstapeling van kosten en verantwoordelijkheden ondernemers er al van weerhoudt ‘gezonde’ mensen aan te nemen, dan wordt het helemaal lastig om hen ertoe te bewegen mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt aan te trekken. Die nemen immers nog meer kosten en risico’s met zich mee.
Zonder ingrepen die het werkgeverschap aantrekkelijker maken, zal het kabinet er dan ook niet in slagen de arbeidsdeelname substantieel te vergroten, zo is de boodschap van MKB-Nederland aan de commissie- Bakker. Nodig zijn maatregelen die de risico’s van personeel beperken, de kosten evenwichtiger verdelen, wet- en regelgeving voor secundaire arbeidsvoorwaarden vereenvoudigen en de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aanpakken.
“Als de verhalen in de media over het advies van de commissie-Bakker kloppen, dan worden bedrijven straks een soort outplacementbureau”, zegt Hermans. “Dat kan natuurlijk niet in het mkb, waar het gemiddelde bedrijf uit zes mensen bestaat.”
MKB-Nederland bepleit onder meer: een no riskpolis voor de eerste twee ziektejaren van werknemers die via een reïntegratietraject binnenkomen; geen loondoorbetalingsplicht bij ziekte in verzuimsituaties van meer dan zes weken waarbij de werkgever geen invloed heeft op de oorzaak van het verzuim; verlaging van de pensioenlasten; maximering van de zorgpremies; lagere en lastendekkende premies voor de werknemersverzekeringen; substantiële verlaging van de loonkosten van toetreders aan de onderkant van de arbeidsmarkt en verplaatsing van de uitvoering van de levensloopregeling naar de Belastingdienst.
Om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter te laten matchen moet er één loket komen voor werving en bemiddeling van personeel op regionaal niveau en dienen reïntegratiebudgetten ook te worden ingezet om werklozen functiegericht te scholen.
Voor meer informatie: Mariet Feenstra (beleid): 015-2191426 of 06-11351708
De onderzoeksnotitie is op te vragen bij de afdeling communicatie:
Wil van Vliet (015-2191419) of Gon Brinkhof (015-2191258).
MKB-Nederland brengt deze en andere onderzoeksresultaten vandaag in bij de commissie-Bakker, die de ondernemerskoepel om extra input heeft gevraagd voor het arbeidsmarktadvies dat zij half juni presenteert aan het kabinet. MKB-Nederland concludeert dat het kabinet zijn participatiedoelstellingen niet zal halen als ontlastende maatregelen voor werkgevers uitblijven. Het werkgeverschap moet aantrekkelijker worden.
Om de commissie-Bakker een duidelijk beeld te geven van wat ondernemers in het mkb beweegt om wel of niet (meer) personeel aan te nemen, heeft MKB-Nederland de grootste belemmeringen van het werkgeverschap in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat ondernemers die in essentie wel personeel willen aannemen, hiervan worden weerhouden omdat zij de kosten en risico’s die dit met zich meebrengt niet kunnen overzien en het daarom niet aandurven.
Ondernemers met personeel moeten voldoen aan tenminste veertig regelingen; 23 van deze regelingen brengen risico’s teweeg waarop zij op geen enkele wijze invloed hebben (loondoorbetaling bij ziekte, zorg- en pensioenpremie et cetera).
De kosten en risico’s van het werkgeverschap zijn de afgelopen zeven jaar fors toegenomen door nieuwe wet- en regelgeving, zoals de wet Arbeid en Zorg, de wet Verlenging Loondoorbetaling bij ziekte en de Zorgverzekeringswet. En ook op dit moment zijn diverse voorstellen in de maak waarmee kabinet en politieke partijen werkgevers opnieuw verantwoordelijk stellen voor de bescherming van de positie van werknemers.
“De kosten voor werknemers zijn onbeheersbaar geworden”, zegt voorzitter Loek Hermans, die volgende week een (uitgesteld) gesprek heeft met de commissie-Bakker.
Voor 53 procent van de ondernemers vormen deze risico’s de grootste belemmering om (meer) mensen aan te nemen. Vooral de risico’s van ziekte en arbeidsongeschiktheid wegen zwaar. Een kwart verkoopt om die reden zelfs liever nee aan klanten dan personeel aan te trekken. “Verontrustend”, vindt Hermans. Het kost de arbeidsmarkt op jaarbasis 61.000 vacatures bij een economische groei van 2,5 procent (ruim 36.000 bij 1,5 procent groei), zo heeft de ondernemersorganisatie becijferd.
Een kwart van de ondernemers noemt de kosten van arbeid als grootste struikelblok.
Het nettoloon is niet het probleem, maar de bijkomende kosten die een steeds groter deel van de loonkosten bepalen (zoals de stijgende pensioen- en zorgpremies). Voor een werknemer met een nettoloon van € 1450 per maand komt er voor de werkgever 33 procent (€440) aan extra kosten bovenop. Dat percentage loopt op tot 97 (€ 3330) bij een nettosalaris van €3420 (twee keer modaal).
Ondernemers hekelen in dit verband met name de premies werknemersverzekeringen, die de afgelopen jaren fors zijn toegenomen. Zij vinden deze kostenstijgingen onbegrijpelijk, omdat de lasten voor werkloosheid en arbeidsongeschiktheid juist dankzij hun inzet sterk zijn afgenomen. Ook de zorgpremie en de kosten voor werknemerspensioenen stijgen onevenredig ten laste van de werkgever.
De ‘onvindbaarheid’ van geschikte mensen speelt ondernemers eveneens parten: 50 procent noemt ook dit punt als een belemmering. Hermans: “Werkgevers nemen al genoegen met mensen die voor 75 procent voldoen. Mensen die aan alle eisen voldoen, zijn er niet meer.”
Door de mismatch tussen vraag en aanbod blijven kansen voor het verhogen van de arbeidsparticipatie onbenut, stelt hij. “De essentie van het probleem is dat de overheid en de vakbeweging veel te veel uitgaan van het aanbod op de arbeidsmarkt en niet de vraag in het bedrijfsleven. De overheid zit te veel in het huwelijk tussen werkgevers en werknemers. De schotten moeten eruit. Je kan het paard wel naar de beek brengen, maar als het niet wil drinken, schiet je er niks mee op.”
Als de opeenstapeling van kosten en verantwoordelijkheden ondernemers er al van weerhoudt ‘gezonde’ mensen aan te nemen, dan wordt het helemaal lastig om hen ertoe te bewegen mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt aan te trekken. Die nemen immers nog meer kosten en risico’s met zich mee.
Zonder ingrepen die het werkgeverschap aantrekkelijker maken, zal het kabinet er dan ook niet in slagen de arbeidsdeelname substantieel te vergroten, zo is de boodschap van MKB-Nederland aan de commissie- Bakker. Nodig zijn maatregelen die de risico’s van personeel beperken, de kosten evenwichtiger verdelen, wet- en regelgeving voor secundaire arbeidsvoorwaarden vereenvoudigen en de mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt aanpakken.
“Als de verhalen in de media over het advies van de commissie-Bakker kloppen, dan worden bedrijven straks een soort outplacementbureau”, zegt Hermans. “Dat kan natuurlijk niet in het mkb, waar het gemiddelde bedrijf uit zes mensen bestaat.”
MKB-Nederland bepleit onder meer: een no riskpolis voor de eerste twee ziektejaren van werknemers die via een reïntegratietraject binnenkomen; geen loondoorbetalingsplicht bij ziekte in verzuimsituaties van meer dan zes weken waarbij de werkgever geen invloed heeft op de oorzaak van het verzuim; verlaging van de pensioenlasten; maximering van de zorgpremies; lagere en lastendekkende premies voor de werknemersverzekeringen; substantiële verlaging van de loonkosten van toetreders aan de onderkant van de arbeidsmarkt en verplaatsing van de uitvoering van de levensloopregeling naar de Belastingdienst.
Om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beter te laten matchen moet er één loket komen voor werving en bemiddeling van personeel op regionaal niveau en dienen reïntegratiebudgetten ook te worden ingezet om werklozen functiegericht te scholen.
Voor meer informatie: Mariet Feenstra (beleid): 015-2191426 of 06-11351708
De onderzoeksnotitie is op te vragen bij de afdeling communicatie:
Wil van Vliet (015-2191419) of Gon Brinkhof (015-2191258).

