Naast de wet BIG is ook de Kwaliteitswet Zorginstellingen (Kwaliteitswet) gericht op bevordering van de kwaliteit van de zorgverlening. Beide wetten vormen samen het kwaliteitsbeleid van de overheid. In beide wetten staat het leveren van verantwoorde zorg centraal. De Kwaliteitswet geldt voor instellingen die zorg verlenen op grond van de Zorgverzekeringswet en Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en enkele andere regelingen.

Kwaliteitswet Zorginstellingen
De Kwaliteitswet Zorginstellingen richt zich op organisatorisch verbanden. Onder instellingen vallen niet alleen ziekenhuizen, verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Ook een gezondheidscentrum waar individuele beroepsbeoefenaren van verschillende disciplines samenwerken is een instelling. Een paramedische praktijk met medewerkers in loondienst is eveneens een instelling. Individuele beroepsbeoefenaren die gezamenlijk een praktijk voeren vor-men ook een instelling in de zin van deze wet. Daarbij is het niet nodig dat de instelling rechtspersoon is. Een maatschap van twee fysiotherapeuten is ook een instelling. Het moet gaan om samenwerking gericht op het verlenen van zorg.

De Kwaliteitswet is niet van toepassing op een solistisch werkend beroepsbeoefenaar. Voor hem geldt alleen de wet BIG, welke vrijwel dezelfde regels bevat. Het enige verschil is dat een solistisch werkend beroepsbeoefenaar geen kwaliteitsjaarverslag hoeft op te maken. Op instellingen van complementaire (alternatieve) geneeskunde is de Kwaliteitswet eveneens van toepassing. De zorg die zij leve-ren wordt daarmee aan dezelfde kwaliteitsnormen getoetst.

De Kwaliteitswet regelt geen gedetailleerde kwaliteitsnormen. Het is een kaderwet die ruimte laat voor zelfregulering en uitgaat van de eigen verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder. De wet laat daarom veel ruimte aan de instelling zelf om op eigen wijze vorm te geven aan de kwaliteit.

De Kwaliteitswet vraagt om het verlenen van verantwoorde zorg, binnen een gestructureerde organisatie met een kwaliteitssysteem. De instelling moet de kwaliteit van zorg systematisch bewaken, be-heersen en zo mogelijk verbeteren. Dit kan het beste door het ontwikkelen of toepassen van een kwaliteitssysteem. De eisen die in de wet worden gesteld luiden als volgt:
- verantwoorde zorg
- structurering van de organisatie/ op kwaliteit gericht beleid
- het opzetten van een kwaliteitssysteem
- het maken van een kwaliteitsjaarverslag

Verantwoorde zorg
Volgens de de Kwaliteitswet houdt verantwoorde zorg in dat het ni-veau van de zorg goed moet zijn. Zorg van goed niveau in een instelling is vergelijkbaar met de zorg van goed hulpverlener zoals dat de behandelingsovereenkomst geldt. De zorg moet verder doeltreffend en doelmatig zijn, patiëntgericht en afgestemd op de reële behoefte van de patiënt. Doeltreffend slaat op het effect van de zorg; doelmatig slaat op het tegen elkaar afwegen van de kosten en de baten van de zorg. Voor het leveren van verantwoorde zorg is het bijvoorbeeld belang-rijk dat u bijscholing en nascholing volgt.

Structurering van de organisatie
Met structurering van de organisatie betekent dat het beleid op kwaliteit is gericht. De zorgaanbieder moet aandacht hebben voor wat zijn instelling/praktijk nodig heeft. Voor het verlenen van verant-woorde zorg kunnen personen en middelen nodig zijn.
Is het bijvoorbeeld voor u noodzakelijk dat u tijdens uw werk telefonisch bereikbaar bent? Kunt u volstaan met een antwoordapparaat of voicemail, of is het nodig dat de telefoon bemand wordt? Het gaat er nu niet om of u bedrijfsmatig verstandig handelt, maar alleen of de zorg die u verleend verantwoord is. Dit verschilt nogal per beroepsgroep. Een verloskundige heeft vaker te maken met spoedeisende zaken dan een logopedist. Voor het verlenen van verantwoorde zorg zal een verloskundige dan ook andere maatregelen moeten treffen.
De toegankelijkheid van de praktijkruimte wordt bepaald door de doelgroep van patiënten. Komt het merendeel van de patiënten met de rolstoel naar de praktijk dan moet de toegankelijkheid daarop aangepast zijn. Ook de keuze voor de locatie van de praktijk wordt daardoor beïnvloed.
Werken met kinderen vraagt om aanpassingen aan de inrichting van de praktijkruimte waar het om veiligheid gaat.
Ook zal het nodig zijn binnen de praktijk/instelling werkafspraken te maken. Hoe wordt er samengewerkt met collegae buiten de praktijk, verwijzers en andere instellingen.
De resultaten van overleg tussen de zorgaanbieders, zorgverzekeraars en patiënten/consumentenorganisaties moeten eveneens betrokken worden bij verantwoorde zorgverlening. Het overleg met patiëntenorganisaties gebeurt in de praktijk op landelijk of regionaal niveau. De individuele zorgaanbieder hoeft dus niet zelf overleg te voeren met een patiëntenorganisatie. Dit zou voor beide partijen ondoenlijk zijn.

Kwaliteitssysteem
Ook moet de zorg binnen de instelling goed georganiseerd zijn door systematisch de kwaliteit van de zorg te bewaken, te beheersen en te verbeteren. De bedoeling is dat op systematische wijze gegevens over de zorg verzameld en geregistreerd worden. Daarvoor is een kwaliteitssysteem nodig. Vervolgens moet beoordeeld in hoeverre de uitvoering van de zorg aangepast moet worden. Via de eigen beroepsorganisaties kunt u eenvoudig achterhalen welk kwaliteitssysteem voor uw beroep bruikbaar is. Het is niet zo dat u beslist volgens een bepaald systeem moet werken. Met name voor de kleine praktijken kunnen de handreikingen van de eigen beroepsorganisa-tie voldoende ondersteuning bieden om toch aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen.

Kwaliteitsjaarverslag
De zorgaanbieder moet jaarlijks een kwaliteitsjaarverslag maken. In dit verslag legt hij verantwoording af over de kwaliteit van de verleende zorg en het gevoerde beleid. Vermeld wordt hoe de patiënten/consumenten bij het beleid zijn betrokken. Het verslag vermeldt ook hoe toetsingen hebben plaatsgevonden en het resultaat daarvan. Zijn er meldingen over de kwaliteit van de verleende zorg geweest of klachten ingediend bij de klachtencommissie, dan worden ook de gevolgen die daaraan verbonden zijn in het verslag gemeld.
Hoe een instelling deze eisen uitwerkt is niet nader omschreven in de wet. De concrete invulling wordt aan de instelling zelf overgelaten.

Naar aanleiding van de evaluatie van de Kwaliteitswet heeft het Verwey-Jonker Instituut een richtlijn ontwikkeld voor kwaliteitsjaarverslagen. Uit de evaluatie was namelijk naar voren gekomen dat het uitvoeren van de KWZ in de praktijk tegenviel. Doel van de richtlijn is inzicht te geven in het resultaat van het kwaliteitsbeleid. Deze richtlijn “Kwaliteit Verantwoord” is opgenomen in een standaard welke de eisen waaraan de inhoud en de vorm van een kwaliteitsjaarverslag moet voldoen bevat. Via de site www.Verwey-Jonker.nl is deze standaard te bestellen.
Ook beroepsorganisaties hebben voor hun leden doorgaans wel handreikingen, toegespitst op de eigen beroepsgroep, voor de uitwerking van het kwaliteitsjaarverslag opgesteld.

Ook wordt in het kwaliteitsjaarverslag de gevolgen van beoordelin-gen genoemd. Zo worden de gevolgen beschreven die de beoordeling heeft gehad voor de organisatie van de zorg en de dienstverlening. En daarnaast ook de gevolgen voor de patiënt en voor de medewerkers. U kunt op deze wijze laten zien wat u concreet met de beoordeling heeft gedaan. Dat geldt natuurlijk ook voor het management van de instelling.

Deze wijze van verslaglegging over de kwaliteit biedt uw praktijk hulp om naar de verleende zorg te kijken en de kwaliteit daarvan. Doel is dat u bewust bezig bent met de kwaliteit van uw praktijk. Dit komt de kwaliteit van de dienstverlening en de praktijkorganisatie ten goede.

Door het houden van bijvoorbeeld tevredenheidsonderzoek kunt u een beeld krijgen van de kwaliteit van de verleende zorg. Ook inter-views van een aantal patiënten kunnen nuttige informatie opleveren. De resultaten van uw kwaliteitsbeleid worden op deze wijze zicht-baar.

Het kwaliteitsjaarverslag moet jaarlijks voor 1 juni ter openbare inzage liggen. U kunt bijvoorbeeld een aantal exemplaren in de wachtkamer ter inzage leggen of meegeven aan de patiënten. Een afschrift van het kwaliteitsjaarverslag moet worden verzonden aan de regionale inspecteur voor de gezondheidszorg en aan het (regio-nale) patiënten/consumentenplatform.

In het geval de wet onvoldoende wordt nageleefd kan de Minister de zorgaanbieder een aanwijzing geven. Deze aanwijzing kan zijn iets te doen, maar ook iets te laten. Voor de Minister daadwerkelijk ingrijpt is er doorgaans het een en ander aan voorafgegaan. Er zal dan al contact geweest zijn met de Inspectie, of met de zorgverzekeraar. Een aanwijzing van de minister komt niet uit de lucht vallen.

Toezicht op de Kwaliteitswet
Toezicht op de naleving van de Kwaliteitswet rust bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Om het toezicht uit te kunnen oefenen is nodig dat de inspectie kan beschikken over voldoende informatie. Belangrijke voorwaarde daarbij is dat de inspectie op de hoogte wordt gebracht van calamiteiten die zich hebben voorgedaan in een instelling. Daartoe verplicht artikel 4a van de Kwaliteitswet de zorgaanbieder iedere calamiteit die in de instelling heeft plaats ge-vonden te melden aan de inspectie. Deze verplichting geldt niet voor de zorgverlener die een solopraktijk voert, omdat hij geen zorgaanbieder is in de zin van de Kwaliteitswet. Voor de extramurale instel-ling is deze verplichting ingevoerd met de totstandkoming van de Kwaliteitswet. Voor de intramurale instellingen bestond deze verplichting al op grond van de Wet Ziekenhuisvoorzieningen.

Onder calamiteit wordt op dit moment verstaan:
‘ iedere niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis die betrekking heeft op de kwaliteit van zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een patiënt of cliënt van de instelling heeft geleid’.

Naast de calamiteitenmelding moet het voorkomen van seksueel misbruik binnen de instelling worden gemeld.
Onder seksueel misbruik wordt verstaan:
‘Ieder grensoverschrijdend seksueel gedrag waarbij sprake is van lichamelijk, geestelijk of relationeel overwicht’.

Naar aanleiding van een calamiteitenmelding kan de inspectie besluiten een onderzoek in te stellen naar de kwaliteit van zorgverlening. Een melding kan immers duiden op een tekortkoming in de kwaliteit van de verleende zorg. Het is primair de verantwoordelijk-heid van de zorgaanbieder verantwoorde zorg te bieden. Meestal zal de melding voor de inspectie aanleiding zijn om de zorgaanbieder te vragen verslag uit te brengen. De inspectie zal aan de hand van het verslag beoordelen of de zorgaanbieder voldoende diepgaand onderzoek heeft gedaan en voldoende maatregelen heeft genomen om herhaling te voorkomen. De inspectie kan besluiten zelf ook een onderzoek in te stellen. Indien er een vermoeden is van strafrechtelijk verwijtbaar handelen of nalaten kan de inspectie de Officier van Justitie worden ingelicht.