Bron: handboek paramedisch ondernemen
Het aantal paramedici dat een eigen bedrijf begon (fysiotherapeuten, logopedisten, radiotherapeuten, pedicure, diëtisten, orthoptisten, logopedisten, foniatristen, huidtherapeuten, podotherapeuten, ergotherapeuten, oefentherapeuten, optometristen, audiologen, fysiotherapeuten, masseurs, therapeuten, farmakundige, verloskundigen, specialistisch verpleegkundigen) is afgelopen jaren bijna verdubbeld. In de opleidingen wordt nog weinig aandacht geschonken aan het ondernemerschap. Ondernemers in de medische sector moeten met een aantal zaken rekening houden zoals de wet BIG.

Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (wet BIG)
De wet BIG is de wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Deze wet regelt het deskundigheidsgebied en de opleidingseisen van een aantal beroepen in de individuele gezondheidszorg. Het wettelijke uitgangspunt van de wet BIG is dat het een ieder vrij staat om handelingen te verrichten op het terrein van de individuele gezondheidszorg. Voorheen was dat anders. In de oude wet, de wet op uitoefening van de geneeskunst, was het juist verboden geneeskundige handelingen te verrichten tenzij de beroepsbeoefenaar bevoegd was.

Alleen aan de beroepsbeoefenaar die aan de wettelijke opleidingseisen voldoet en erkend deskundige is, wordt een registertitel dan wel opleidingstitel toegekend. Nu wordt de beroepstitel beschermd.

Het wettelijk tuchtrecht maakt onderdeel uit van de wet BIG.

Patiënten zijn vrij in het kiezen van een hulpverlener. Ze kunnen kiezen voor conventionele of niet-conventionele geneeswijzen. Uitgangspunt van de wet BIG is dat een ieder geneeskundige handelingen mag doen.

Met de wet BIG wordt beoogd de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de gezondheidszorg te bevorderen en te bewaken, en de bescherming te regelen. Patiënten worden beschermd tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van beroepsbeoefenaren.

Daartoe zijn deskundigheidsgebieden en de opleidingseisen in de wet BIG en in de daarbij horende Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) opgenomen. Aan de beroepsbeoefenaar die aan de wettelijke opleidingseisen voldoet en erkend deskundige is, wordt een registertitel dan wel opleidingstitel toegekend.

Register

Voor opname in het BIG-register wordt alleen het basisdiploma beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het diploma logopedie of fysiotherapie. Toegelaten wordt het basisdiploma dat aan de wettelijke eisen voldoet. Specialismen worden aangetekend, zonder diplomabeoordeling. In het BIG-register worden alleen de wettelijk erkende diploma’s aangetekend. Momenteel zijn de specialistendiploma’s van artsen, tandartsen en apothekers wettelijk erkend en aangetekend in het BIG-register. Van de paramedische beroepen is dat dus niet het geval.

Er zijn twee systemen van titelbescherming in de wet opgenomen: het systeem van de zware regeling en het systeem van de lichtere regeling.

In artikel 3 is de zware regeling opgenomen. De hierin opgenomen de beroepen mogen door inschrijving in het BIG-register een beroepstitel voeren. Door inschrijving in het register krijgt de beroepsbeoefenaar dus het recht om de titel te voeren en is hij bevoegd om werkzaam te zijn in de individuele gezondheidszorg.

Onder artikel 3 vallen de beroepen van
-arts,
-tandarts,
-apotheker,
-gezondheidszorgpsycholooog,
-psychotherapeut,
-fysiotherapeut,
-verloskundige,
-verpleegkundige.

De bevoegdheden en opleidingseisen zijn omschreven in de bijlage bij de wet. Een beroepsbeoefenaar die niet ingeschreven is in het BIG register maar wel de titel voert, is strafbaar. Ook een misleidende titel voeren is strafbaar.
Verder regelt de Wet BIG de bevoegdheid om zogenaamde voorbehouden handelingen uit te voeren. Dit zijn handelingen die wanneer zij uitgevoerd worden door een onbekwame onverantwoorde risico’s voor de gezondheid of het leven van de patiënt opleveren. Denk bijvoorbeeld aan het geven van een injectie of het uitvoeren van een operatie. Het zijn handelingen waardoor het lichaamsweefsel wordt verstoord en niet direct hersteld.

Artsen, tandartsen en verloskundigen zijn zelfstandig bevoegd om een voorbehouden handeling uit te voeren. Onder voorwaarden mogen andere beroepsbeoefenaren in opdracht van deze drie zelfstandig bevoegden voorbehouden handelingen uitvoeren zonder direct toezicht. De beroepsbeoefenaar moet wel bekwaam zijn om de handeling te kunnen uitvoeren.

Alleen deze artikel 3 beroepsbeoefenaren zijn onderworpen aan het wettelijke tuchtrecht zoals dat is opgenomen in de Wet BIG. Voor de paramedische sector geldt dit dus alleen voor de fysiotherapeut.

Naast de zware regeling is er een lichtere regeling in artikel 34 opgenomen. Deze geldt voor de bescherming van de beroepen met een opleidingstitel. De regeling is bedoeld voor paramedische beroepen. De bescherming van deze beroepen wordt bij AMvB vastgesteld. Daarbij wordt ook het deskundigheidsgebied omschreven. Degene die de opleiding tot het beroep met goed gevolg heeft afgelegd mag de opleidingstitel gebruiken. Op dit moment geldt dit voor de opleidingen voor de volgende beroepen:

-tandprotheticus,
-apothekersassistent,
-diëtist,
-ergotherapeut,
-logopedist,
-mondhygiënist,
-oefentherapeut,
-orthoptist,
-podotherapeut,
-radiodiagnostisch laborant,
-radiotherapeutisch laborant,
-heilgymnast-masseur,
-verzorgende individuele gezondheidszorg,
-optometristen,
-huidtherapeuten.

Voor deze beroepsbeoefenaren is er geen wettelijk register. De titelbescherming van de beroepsbeoefenaren is niet periodiek. Uitgangspunt is dat de opleiding aan kwaliteitseisen voldoet waaraan de burger houvast heeft. De burger moet erop kunnen vertrouwen dat degene die zich bijvoorbeeld mondhygiënist noemt ook beschikt over de deskundigheid. De beroepen zijn niet in de wet opgenomen. Dit artikel voorziet ook niet in een wettelijk tuchtrecht.

Verantwoorde zorg
Op beide groepen beroepsbeoefenaren, zowel de lichte als de zware regeling, geldt dat zij ‘verantwoorde zorg’ moeten regelen. Dit is neergelegd in het zogenaamde kwaliteitsartikel. Dit houdt in dat u uw beroepsuitoefening “zodanig moet organiseren en zodanig van materieel moet voorzien dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde zorg”. Hiertoe behoort ook het systematisch bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van zorg.

Door de wetgever wordt geen invulling gegeven aan verantwoorde zorg. Dit wordt overgelaten aan de beroepsgroepen. De beroepsgroepen moeten dit zelf regelen. Ze moeten zelf aangeven wat verantwoorde zorg inhoudt en een kwaliteitssysteem ontwikkelen. Onderdelen van een kwaliteitssysteem zijn bijvoorbeeld gedragsregels, beroepscodes, bij- en nascholingsfaciliteiten, maar ook (intercollegiale) toetsingsprocedures. Voorbeelden zijn richtlijnen die de behandeling van een bepaalde aandoening omschrijft.

Tuchtrecht
Zoals hierboven al aangehaald zijn alleen de beroepsbeoefenaren die geregistreerd staan in het BIG-register aan het tuchtrecht onderworpen. De klacht kan worden ingediend over:

a. Elk handelen of nalaten in strijd met de zorg die hij in die hoedanigheid behoort te betrachten ten opzichte van de patiënt of de naaste betrekkingen.

b. Elk ander dan onder a bedoeld handelen of nalaten in strijd met het belang van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg.

De formulering van de gronden voor een klacht is daarmee zeer ruim gesteld. De klacht kan betrekking hebben op het paramedisch-inhoudelijk of technisch handelen, op organisatorische kwesties, maar ook op communicatieve kwesties. Bij vrijwel alle klachten speelt overigens het communicatieve aspect een belangrijke rol. Ook bij vaktechnische fouten is de communicatie vaak onvoldoende. Binnen het tuchrecht hebben familieleden een zelfstandig klachtrecht.

Zij kunnen klagen over gedragingen van de hulpverlener jegens henzelf. Bijvoorbeeld als de hulpverlener de familie onvoldoende informeert in de situatie dat de patiënt wilsonbekwaam is. Maar ook over een onheuse bejegening kan een klacht worden geïndiend.

Naast de rechtstreeks belanghebbende, de patiënt en zijn naasten, hebben de volgende personen dan wel instanties een klachtrecht:

- Degene, die aan degene over wie wordt geklaagd, een opdracht heeft verstrekt.
- De persoon of instelling bij wie degene over wie wordt geklaagd werkzaam is of voor het verlenen van individuele gezondheidszorg ingeschreven is.
- De inspecteur voor de Gezondheidszorg.

Tuchtmaatregelen
De wet geeft een aantal op te leggen maatregelen. Oplopend in zwaarte zijn dat: waarschuwing, berisping, geldboete van ten hoogste € 4.500,--, schorsing van de inschrijving in het BIG-register voor ten hoogste één jaar; gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid het betrokken beroep uit te oefenen of doorhaling van de inschrijving in het register. Het tuchtcollege moet bij gegrondheid van de klacht altijd een maatregel opleggen. Het tuchtcollege kan niet zoals de klachtencommissie volstaan met een uitspraak over de gegrondheid van de klacht.

Tuchtrechtspraak kan verhelderend werken en de grenzen aangeven van verantwoorde zorg. Beroepsbeoefenaren kunnen eruit leren. Het merendeel van de bij de tuchtrechter ingediende klachten is gericht tegen het handelen en nalaten van medici zo blijkt algemeen uit onderzoek. Tegen paramedici worden er nauwelijks klachten ingediend.

Srafbepalingen
Naast het tuchtrecht kent de wet BIG een strafbepaling die op alle beroepsgroepen van toepassing is. Deze strafbepaling geldt daarmee voor de beroepsbeoefenaren met een beroepstitel en voor de beroepsbeoefenaren met een opleidingstitel. Zo is het strafbaar als u door uw handelingen schade aan een ander toebrengt. Ook bent u strafbaar als er een aanmerkelijke kans op schade aan de gezondheid van een ander wordt veroorzaakt en de schade heeft zich niet voorgedaan. De aanmerkelijke kans op schade is dus voldoende om vervolgd te worden. Het begrip handeling wordt ruim genomen. Hieronder valt het geven van advies en het nalaten van een handeling. En ook het afhouden van de patiënt van de reguliere geneeskunde. Dit is uitdrukkelijk zo bepaald om de patiënt bescherming te bieden en om vervolging van beroepsbeoefenaren met bedenkelijke praktijken mogelijk te maken.

Alternatieve behandelmethoden
Beroepsbeoefenaren die vanuit de alternatieve of complementaire geneeswijzen werken zijn niet in het stelsel van de wet BIG opgenomen. Vanuit de overheid zijn de beroepsbeoefenaren van alternatieve en complementaire geneeswijzen gestimuleerd om de kwaliteit van hun zorgverlening te bevorderen en te bewaken. De ondersteuning was gericht op het ontwikkelen van instrumenten en deze in te voeren. Er zijn beroepsprofielen en beroepscodes ontwikkeld, maar ook visitatieregeling, en klacht- en tuchtregelingen. Feitelijk richten zij zich daarmee naar de normen van het reguliere, conventionele veld.

Uit onderzoek van ZonMW (Zorgonderzoek Nederland Medische Wetenschap, dit is de integratie van Zon met het Ministerie van VWS en het NWO) is overigens gebleken dat 80% van de alternatieve hulpverleners BIG- geregistreerd zijn. Op deze beroepsbeoefenaren is de wet BIG van toepassing als zij hun titel voeren. Zij moeten verantwoorde zorg verlenen die getoetst kan worden aan de voor hen geldende beroepscodes en gedragregels.

Periodieke registratie
De Wet BIG voorziet ook in de mogelijkheid om een periodieke registratie in te voeren met als doel dat uitsluitend beroepsbeoefenaren in het register staan ingeschreven die beschikken over recente bekwaamheid. Beroepsbeoefenaren kunnen door bij- en nascholing en praktijkervaring hun bekwaamheid op peil houden. Een langdurige onderbreking van de beroepsuitoefening waardoor de ontwikkelingen in de gezondheidszorg niet bijgehouden zijn kan tot verminderde kwaliteit leiden. De vaardigheden en kennis kunnen dan onvoldoende zijn om goede zorg te verlenen.

Nu is het zo dat de (artikel 3-) beroepsbeoefenaren na het behalen van het getuigschrift zich in het BIG-register moeten laten inschrijven en daardoor bevoegd zijn de beroepstitel te gebruiken. Door invoering van een periodieke herregistratie elke vijf jaar wordt de inschrijving verlengd dan wel doorgehaald. Doorhaling zal gebeuren als de beroepsbeoefenaar niet aan de vereisten voldoet. Beroepsbeoefenaren die hun beroep niet meer uitoefenen kunnen nu nog opgenomen zijn in het register en zijn bevoegd hun beroepstitel te gebruiken ondanks het feit dat zij mogelijk niet meer bekwaam zijn. Met invoering van de periodieke registratie is dat uitgesloten.

De deskundigheid van de beroepsbeoefenaar is daarmee in beginsel gewaarborgd. De periodieke registratie zal volgens de huidige planning in 2012 ingevoerd kunnen worden.

Beroepsorganisaties hebben inmiddels ook zelf een kwaliteitsregister ontwikkeld. Voor inschrijving in het register worden eisen gesteld voor scholingsactiviteiten en werkervaring.

Ook in de overeenkomsten met zorgverzekaars is inschrijving in het kwaliteitsregister veelal opgenomen en vereist voor het aangaan van de overeenkomst.

Het BIG-register kan door een ieder worden geraadpleegd, onder andere via de website van BIG. Van de ingeschreven hulpverlener is het basisberoep, eventueel het specialisme, en het inschrijfnummer opgenomen. Daarnaast wordt een periode van schorsing en van (gedeeltelijke) ontzegging van de bevoegdheid om het beroep uit te oefenen vermeld. Dat geldt eveneens voor beperkingen op de beroepsuitoefening. Door het tuchtcollege opgelegde maatregelen worden ook aangetekend in het register evenals maatregelen wegens ongeschiktheid en civielrechtelijke of strafrechtelijke uitspraken. Waarschuwingen, berispingen en boetes worden niet aangetekend in het register. Het BIG-register vermeld alleen actuele informatie. Een periode van schorsing in het verleden wordt dus niet vermeld.