Functieomschrijving

1. Titel van de functie
Hoe luidt de in het bedrijf gebruikelijke benaming voor de functie. Een korte, zakelijke aanduiding

2. Doel van de functie
Wat beoogt de functie. Waartoe is zij ingesteld. Welke directe resultaten worden beoogd

3. Plaats in de organisatie
(Teken eventueel een eenvoudig organisatieschema) Aan wie rapporteert de functionaris (functie aangeven). Welke andere functionarissen rapporteren eveneens rechtstreeks aan deze persoon. Voor welke functionaris(sen) worden tevens werkzaamheden uitgevoerd. Aan wie geeft functionaris rechtsstreeks leiding. Aan wie indirect. (In de taakomschrijving aangeven ten aanzien waarvan de verantwoordelijkheden met betrekking tot ondergeschikten gelden)

4. Contacten
Met wie (intern en extern) worden uit hoofde van de functie regelmatig contacten onderhouden. Contacten met directe superieuren en ondergeschikten worden hier niet aangegeven. (Frequentie en strekking van de contacten nader aan te geven in de taakomschrijving)

5. Samenvatting van de werkzaamheden
Vermeld puntsgewijs alle hoofdactiviteiten die in de functie worden verricht (Nader te omschrijven in de taakomschrijving)

6. Taakomschrijving
Een uitgebreide taakomschrijving en toelichting op de onder 5. genoemde hoofdactiviteiten. Denk aan de aard van de taak: leidinggevend, controlerend, uitvoerend, assisterend, adviserend. Vermeld tevens de praktische inhoud van de werkzaamheden. Geef duidelijk verantwoordelijkheden en bevoegdheden aan. Vermijd verzamelbegrippen als "voorkomende" en "overige". Gebruik zo weinig mogelijk termen als: regelmatig, groot, klein, redelijk

7. Omschrijving per gezichtspunt
a. Kennis
Welke vakkennis, welke opleiding is nodig. Talenkennis (niveau). Ervaringskennis. Kennis van de eigen organisatie etc.
b. Zelfstandigheid
Welke mate van vrijdheid is er om beslissingen te nemen. Zelf problemen oplossen, of kan hulp van anderen worden ingeroepen. Moeten initiatieven genomen worden? Met betrekking waarop?
c. Sociaal gedrag
Hoe belangrijk zijn eigenschappen zoals bijvoorbeeld tact en diplomatie. Moet gezag uitgeoefend worden - wanneer. Moet in teamverband gewerkt worden. Is overtuigingskracht nodig - waarom. Op welke niveaus moeten contacten worden gelegd/onderhouden
d. Uitdrukkingsvaardigheid
Corresponderen en/of converseren in het Nederlands en/of vreemde talen. Zelf rapporten opstellen. Zelfstandig speech of artikel schrijven
e. Werksfeer
Moet vaak onder hoogspanning worden gewerkt om zaken tijdig klaar te hebben. Zijn er regelmatig onderlinge spanningen in de directe werksfeer. Wordt men regelmatig in de concentratie gestoord. Wordt regelmatig buiten vastgestelde kantoortijden gewerkt
f. Persoonlijke eigenschappen
Denk aan: betrouwbaarheid, discretie, representativiteit, resultaatgerichtheid, gevoel om met mensen om te gaan, loyaliteit, doorzettingsvermogen, flexibiliteit etc.
g. Economisch risico (afbreukrisico)
Welke schade kan het bedrijf lijden door toedoen van de functionaris. Welke kosten of immateriële schaden kunnen ontstaan als gevolg van fouten of verkeerde beslissingen. In hoeverre is de functionaris op de hoogte van vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Welke invloed kan functionaris uitoefenen op het imago, de prestige van het bedrijf. In hoeverre kan functionaris het beleid beïnvloeden

bron: NCATB