Staatssecretaris De Jager van Financiën heeft in antwoorden op kamervragen gesteld dat er geen hard verband bestaat tussen de recente tariefsverlagingen in de vennootschapsbelasting en de (snellere) keuze van IB-ondernemers voor een bv. De keuze tussen een bv of een IB-onderneming, is afhankelijk van individuele voorkeuren en omstandigheden waarbij naast fiscale ook andere motieven een rol spelen.

Belastingdruk
De winst van de IB-ondernemer valt integraal onder de inkomstenbelasting (box 1). De winst van de bv valt integraal onder de vennootschapsbelasting. De door de bv uitgekeerde winst valt vervolgens onder de inkomstenbelasting (box 2). Daarnaast zijn ook tal van meer specifieke fiscale regelingen van invloed op de uiteindelijke belastingdruk van de IB-ondernemer en de combinatie bv/directeur-grootaandeelhouder. Overigens is in de Wet werken aan winst, die geldt vanaf 1 januari 2007, gestreefd naar een evenwichtige behandeling van IB- en Vpb-ondernemingen, door de algemene tariefverlagingen in de vennootschapsbelasting te combineren met de introductie van een aparte MKB-winstvrijstelling in de inkomstenbelasting.