Achterstand is een generatieprobleem
De pensioenopbouwachterstand van de allochtonen in Nederland is een generatieprobleem. De eerste generatie allochtonen heeft een achterstand omdat deze allochtonen als nieuwkomers op latere leeftijd naar Nederland kwamen en daardoor later begonnen met het opbouwen van hun pensioen en AOW. Dit verklaart echter maar deels de grote achterstand in de pensioenopbouw. Een betere opleiding en beter betaald werk van tweedegeneratieallochtonen zijn belangrijke aanvullende verklaringen voor het verschil.
Alleen eerste generatie heeft een grote achterstand

De eerste generatie allochtonen heeft een flink lagere pensioenopbouw dan autochtonen. Over het algemeen genomen is de pensioenopbouw van de niet-westerse allochtonen de helft van die van de autochtonen. In enkele leeftijdsklassen is dat zelfs maar een derde. Daar staat tegenover dat de pensioenopbouw van de tweedegeneratieallochtonen een gelijkopgaande trend vertoont met die van de autochtonen voor de verschillende leeftijdscategorieën.

Grootste verschillen bij Turken en Marokkanen
De tweede generatie 35- tot 40-jarige Turken en Marokkanen heeft de grootste inhaalslag gemaakt. Ze hebben een meer dan tweemaal zo hoge pensioenopbouw dan hun ouders toen die dezelfde leeftijd hadden. Ook de pensioenopbouw bij de tweedegeneratiewesterseallochtonen en Antillianen is gemiddeld fors hoger dan bij de nieuwkomers uit deze bevolkingsgroepen. Voor de tweede generatie Antillianen van 35 tot 40 jaar is de pensioenopbouw met 1 900 euro bijna gelijk aan de opbouw van een autochtone Nederlander.