Zelfstandigen- en startersaftrek zorgverleenster terecht geweigerd 
Een zorgverleenster heeft volgens het hof niet aannamelijk gemaakt dat zij recht heeft op zelfstandigen- of startersaftrek. Zij heeft geen urenregistratie bijgehouden en kan daardoor de daadwerkerlijk bestede uren niet aantoonbaar maken.
 
Casus
Met ingang van 11 november 2003 staat de zorgverleenster, onder de naam D ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. D houdt zich bezig met het verlenen van zorg op het gebied van algemeen dagelijkse levensverrichtingen en behoeften. Op 12 november 2003 heeft X een formulier startende ondernemer ingediend bij de inspecteur. Daarop staat dat de onderneming van start is gegaan op 1 januari 2002.
­
De inspecteur ontkent echter dat X in het jaar 2002 ondernemer is en recht heeft op de zelfstandigen- en startersaftrek. Zij voldoet niet aan het urencriterium (zie: Urencriterium). Voor het verkrijgen van opdrachten maakt X gebruik van bemiddelingsbureau E, waar zij haar gewerkte uren ook via werkbriefjes declareert. In het jaar 2002 heeft X slechts 670 uren bij E gedeclareerd.

Uitspraak
Ook volgens Hof Leeuwarden slaagt X er niet in aannemelijk te maken dat zij in het jaar 2002 voldaan heeft aan het urencriterium. Het hof wijst er daarbij op dat X, behoudens de bij E gedeclareerde 670 uren, geen enkele registratie heeft bijgehouden van de daadwerkelijk door haar aan haar werkzaamheden bestede uren (zie ook: Alle uren met zakelijk belang tellen mee voor zelfstandigenaftrek).
­
Hof Leeuwarden bevestigt dan ook de uitspraak van de rechtbank dat X niet in aanmerking komt voor de zelfstandigen- en startersaftrek. Het hoger beroep van X is ongegrond. De vraag of X als ondernemer kan worden aangemerkt laat het hof evenals de rechtbank rusten omdat dit in casu niet tot een lagere aanslag kan leiden
[ Bron: Vakstudienieuws Vandaag ]