Niemand loopt graag een blauwtje en die parallel kun je rechtstreeks doortrekken naar acquisitie. Je ziet bijvoorbeeld op een bijeenkomst een prospect die je graag in de boeken wilt hebben. Hoe trek je de aandacht dan van dat bedrijf? Wat ga je zeggen als je eenmaal een gesprek hebt? En, als je prospect “al voorzien” is, hoe probeer je hem dan los te weken bij zijn huidige partner (lees: leverancier)?

Bij acquisitie moet je dus uit je comfort zone vandaan komen. En dat is voor mensen niet eenvoudig. Verkopen is voor mensen geen natuurlijk proces. Mensen zijn sociaal en zijn van nature niet gewend om op de voorgrond te treden. Het calvinisme in Nederland deed daar nog op een schepje bovenop door spaarzaamheid, bescheidenheid en zuinigheid te prediken. In Nederland geldt niet voor niets het gezegde: “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.” En die cultuur beperkt ondernemers.

Als je denkt dat dit gezegde overal ter wereld geldt, heb je het mis. Zeker in Australië en de VS worden kinderen anders grootgebracht. Rond hun 18e barsten de meeste Amerikanen van het zelfvertrouwen. Wij verwarren dat nog wel eens met arrogantie, maar Nederlandse ondernemers mogen best jaloers zijn op Amerikaanse ondernemers. In de VS is het namelijk heel gewoon dat je je “kop boven het maaiveld uitsteekt”. En daar laat men je kop gewoon zitten, ook als je failliet gaat. Sterker nog, eigenlijk tel je in de VS pas mee na je eerste faillissement.

Het is op zich dus verklaarbaar dat voor veel ondernemers acquisitie niet het favoriete onderdeel van ondernemen is. Maar het hoort er wel bij. Voor starters is het zelfs essentieel, maar ook voor goed draaiende bedrijven hoort er continue aan acquisitie te worden gedaan. Want je wilt:
a. groeien en/of
b. in stand houden wat je nu hebt. Stel dat je grootste klant ineens wegloopt. Als je daar niet snel een paar nieuwe klanten voor in de plaats weet te werven, heb je een probleem.

Voor een ZZP’er is acquisitie nóg lastiger, want het enige wat je als ZZP’er verkoopt, is jezelf.