- Home
- Administratie en Financiën
- Pensioenen
- 7 zaken die u over pensioen moet weten
7 zaken die u over pensioen moet weten
- Door De redactie
- Datum 20/01/2008
- Pensioenen
Kennis over pensioen
Wat je moet weten om je pensioen te regelen. Zoals:
1. Waaruit bestaat een oudedagsinkomen
1.1 Hoeveel geld heb je nodig per maand?
1.2 Wanneer moet ik beginnen?
1.3 Ben ik te laat?
1.4 Wat is een pensioengat?
1.5 Wat is een AOW-gat?
1.6 Als ik nu nog niet wil beslissen?
1.7 Missers rond pensioen
1.0 Waaruit bestaat een oudedagsinkomen.
Wie kan zich voorstellen wat je werkelijk zult doen als je niet meer hoeft te werken? De meeste mensen hebben daar een beeld bij dat bestaat uit een keertje extra vakantie, wat meer tijd voor de kinderen en een goed boek of hobby’s. Praten over je oudedagsinkomen met een adviseur begint meestal met een vraag in die richting. En vervolgens komen er cijfers, vaktermen en meer cijfers. Geen wonder dat de meeste mensen hun pensioen financieel niet als een leuk onderwerp voor bij de borrel ervaren.
Het uitgangspunt van dit boek is eenvoudig: wil je een serieuze gesprekspartner zijn voor een financieel adviseur, zul je zelf beslissingen moeten kunnen nemen over je financiële situatie nu en op termijn. Daar heb je wel basiskennis voor nodig. Kennis van vaktermen en begrip van de onderwerpen waar je mee te maken krijgt. Je krijgt in dit boek dus kennis aangereikt, waarmee je een gesprek kunt aangaan en de vragen kunt stellen die voor jou van belang zijn.
Dat uitgangspunt heeft simpele gevolgen: volledigheid is bij dit boek geen streven geweest. Je bent na het lezen van dit boek niet in staat om je eigen pensioen te plannen. Pensioenregelgeving verandert voortdurend. Rechters doen dagelijks uitspraken die van belang zijn voor het vakgebied. Wil je echt een goed en helder beeld geven van een totale zakelijke situatie in verhouding tot privé, heb je een goede pensioenopleiding nodig en veel ervaringskennis. Laat daarom de financieel adviseur zijn werk doen, en ga zelf vooral in op de zaken die maken dat jij jouw oudedagsinkomen dusdanig regelt dat je niet voor onplezierige verrassingen komt te staan als er geen mogelijkheden voor verandering meer zijn.
1.1 Hoeveel geld heb je nodig per maand?
Neem een redelijk klinkend bedrag uitgaand van je eigen situatie en neem eenvoudig een factor ‘onbekend’ mee in je berekening. Maak je niet druk om inflatie of indexatie, ga eerst een maandbedrag vaststellen door je hypotheek/huur, (levens)verzekeringen, energie- en gasrekening, boodschappen, vakantiereserveringen en hobby’s in geld te waarderen. Houdt ook rekening met uitgaven die niet iedere maand gelijk zijn. Je vaste telefoonabonnement, of de gemeentebelastingen betaal je eens per kwartaal, of misschien zelfs eens per jaar. Je uitgaven wisselen van maand tot maand. Het is daarom beter om een gemiddelde maandbegroting te maken door de belangrijkste uitgaven van afgelopen jaar bij elkaar op te tellen en te delen door 12. Je kunt ook het volgende schema dat door het Nibud wordt geadviseerd, hanteren als hulpje:
Uitgaven
VASTE LASTEN
huur of hypotheek
gas, elektriciteit en water
heffingen gemeente en waterschap
abonnement kabel
internet
telefoon
mobiele telefoon
ziektekostenverzekering
inkomensverzekering eerste jaar ziekte
arbeidsongeschiktheidsverzekering
nabestaandenverzekering
pensioenverzekering
verzekeringen gezin ( aansprakelijkheid en begrafenis)
verzekeringen woning (inboedel, opstal)
autokosten (verzekering, wegenbelasting, onderhoud
reparatie en brandstof of je leasebedrag inclusief bijtelling)
openbaar vervoer
fiets
vaste kinderopvang
school- en studiekosten
abonnement(en) op krant en/of tijdschrift
contributies
alimentatie
afbetaling lening of schuld
RESERVERINGSUITGAVEN
inventaris
computer
kleding en schoenen
onderhoud en reparatie auto
onderhoud huis en tuin
uitgaan en hobby
vakantie
HUISHOUDELIJKE UITGAVEN
voeding
benzine
persoonlijke verzorging
schoonmaakartikelen
diversen
zakgeld
totaal uitgaven
Bron: Nibud
Een grove schatting maak je meestal op eenvoudige manier: wat zijn je maandinkomsten gemiddeld per maand op dit moment? Welke van die maandinkomsten zullen nog ongeveer gelijk zijn? Gaan er nog kinderen de deur uit, overweeg je te verhuizen en de overwaarde van je huis te consumeren bij pensioen? Dat soort factoren maken je berekening hoeveel geld je nodig zult hebben per maand voor vaste lasten enigszins onzeker. Maak daar vooral geen belemmering van!
Vind je het lastig om je inkomen te bepalen omdat het sterk wisselt? Neem dan eenvoudigweg je inkomen van het afgelopen jaar als uitgangspunt. Kijk daarbij ook even naar de twee jaar ervoor. Is je inkomen (ongeacht of het uit loondienst, winst uit onderneming of een mix was) sterk veranderd, neem dan een redelijk gemiddelde als maandinkomen. Zo werk je vanzelf toe naar een voor jou redelijk maandinkomen als maatstaf, waarbij je ook de afgelopen jaren kon rondkomen. Rond bij twijfel gewoon naar boven af. Je kunt beter eerder “genoeg” geld bij elkaar hebben, dan uiteindelijk tekort komen.
Heb je een werkbaar indicatie-inkomen gevonden? Ga dan eens kijken naar de leeftijd waarop je het liefst zou stoppen met werken voor 100%. Of je werkelijk zult stoppen op die leeftijd, kun je altijd op het actuele moment bepalen. Parttime werken staat je altijd vrij. Maar dan nog altijd liever parttime werken omdat je het leuk vindt, dan omdat er gewoon niet voldoende brood op de plank is.
Heb je de leeftijd? Dan heb je eveneens het aantal pensioenjaren dat je zou kunnen nemen als uitgangspunt als je kijkt naar de gemiddelde overlijdensleeftijd van de Nederlandse man en vrouw. Maak het jezelf makkelijk en neem 82 jaar als uitgangspunt. Trek 82 af van je gewenste pensioenleeftijd en vermenigvuldig dit met het geschatte jaarinkomen dat je zou willen ontvangen in die jaren. Kijk je nu aan tegen een astronomisch getal voor je gevoel? Je mag er voor het gemak 11.400 euro per jaar weer aftrekken als je alleenstaand bent en 15700 voor een echtpaar waarbij beide partners ouder dan 65 jaar zijn. Dit bedrag representeert de AOW. De rest moet je in principe zelf doen. Pensioen bouw je op in een werkgever-werknemer relatie, lijfrente doe je zelf.
Ga je nu met deze informatie naar een financieel adviseur, zul je zien dat hij of zij ook deze vragen aan je stelt. Leg jouw eigen berekeningen en plannen gewoon in alle openheid aan hem of haar voor, na een grondige kennismaking vooraf. Het geeft de adviseur een snel inzicht in je plannen en wijze van benaderen. Als je een adviseur hebt getroffen die bij je past, zul je zien dat jouw huiswerk tot voorstellen en invalshoeken leidt, die je zelf niet had kunnen bedenken.
1.2 Wanneer moet ik beginnen?
Je hebt zojuist een bijzonder grove indruk gekregen van de hoeveelheid geld die je nodig hebt om je leven ongeveer zo te kunnen blijven leiden als je het op dit moment doet, in een periode dat je niet langer direct loon uit arbeid (in welke vorm dan ook) ontvangt. In principe heb je vanaf je 15e levensjaar de tijd om de basis van je oudedagsinkomen (AOW) op te bouwen en ga je meestal vanaf je 25e pensioen opbouwen via een werkgever. Ben je zelfstandige regel je zelf je pensioen door middel van lijfrente. In dit boek gaan we stapsgewijs door de onderwerpen die van belang zijn heen.
Laat je niet misleiden door de ideale verhalen van reclamespotjes. De realiteit is dat veel Nederlanders, vooral vrouwen en kleine zelfstandigen, hun pensioen niet goed of zelfs slecht geregeld hebben. In onderzoek van het Nibud in 2005 gaf maar liefst 37% van de ondervraagden aan alleen of samen met een partner een pensioengat te hebben. De meest voorkomende oorzaak was simpelweg dat de pensioenopbouw een aantal jaren ontbroken had. Met andere woorden, de meeste mensen hebben wel iets beters te doen dan de keuzes in hun werkend leven te baseren op de gevolgen voor het inkomen op de oudedag. Tegelijk geeft 30% van de ruim 5000 respondenten aan zelf bij te sparen voor inkomen op de oudedag. Gemiddeld genomen wordt de FOR daarbij maar door 1% daadwerkelijk gebruikt.
De vraag blijft dan natuurlijk wie weet wat er werkelijk verwacht kan worden op of rond de pensioenleeftijd. Voor een deel blijft dit kijken naar de toekomst waar je het fiscaal beleid, de stand van de sociale voorzienigen en de opbrengst uit beleggingen niet kunt garanderen. Maar je kunt binnen redelijke marges wel een aanname doen. Daar ga je vanuit als je een reservering inricht.
1.3 Ben ik te laat?
Een goede financieel adviseur kan je een goed antwoord geven over de verhouding tussen je gewenste financiële situatie op een bepaalde leeftijd in de toekomst en de wijze waarop je daar op dit moment wel of niet naar toewerkt. Je ziet dan simpelweg hoe groot de kans is dat je uit zult komen op de door jou gewenste situatie en natuurlijk: welke wegen er voor jou open zijn om hier iets aan te doen. Om het rekenvoorbeeld van zojuist nog even aan te halen. Wil je zelf eens wat spelen met cijfers rondom pensioenkapitaal? Op de website www.pensioenkijker.nl kun je het maandinkomen van je keuze invoeren voor je eigen pensioenleeftijd, waarna je kunt zien hoeveel geld je dan nodig hebt om dit inkomen te financieren. Zo krijg je een aardig gevoel voor verhoudingen tussen kapitaal en maandinkomen op termijn.Het antwoord op de vraag of het bedrag van €1006200,- uit het eerder gebruikte voorbeeld voor deze persoon bijeen te krijgen is, is natuurlijk afhankelijk van hoeveel pensioen er al is opgebouwd, hoe de verdere stand van het vermogen is, en hoeveel ruimte er is om nieuwe bedragen te reserveren om verder pensioenvermogen op te bouwen. Een financieel adviseur brengt al deze factoren overzichtelijk voor je in kaart.
Belangrijk is dan ook: waar vind je de financieel adviseur die bij je past en waar let je dan op.
Een paar eenvoudige tips:
Vraag gewoon eens om je heen bij collega’s en vrienden die je vertrouwt, wie hun financieel adviseur is en wat hun ervaringen zijn. Waarom zijn ze tevreden, of wellicht waarom niet?
Daarnaast is het zinvol om een professionele beroepsvereniging als de FFP (federatie van financieel planners) of MFP (register masters in financial planning) te vragen wie van hun leden in jouw regio is aangesloten.
Heb je een adviseur of een kantoor gevonden, ga dan eerst eens langs voor een kennismakingsgesprek voor je al je papieren op tafel legt en op de inhoud ingaat. Neem eventueel een collega of partner mee. Let tijdens het gesprek goed op de wijze waarop je het advies van de adviseur ontvangt. Begrijp je de antwoorden? Voel je je ook daadwerkelijk geïnformeerd als je het pand verlaat, of voel je je geïntidimideerd door zoveel feiten die op je af komen en ben je niet gerust op je eigen situatie? Zou je deze adviseur bellen als het echt belangrijk is (stel: je partner overlijdt plotseling) om je bij te staan met advies?
Vragen die je zou kunnen stellen zijn bijvoorbeeld:
Beschrijft u eens een klant die typisch bij u of uw kantoor past?
Bent u gespecialiseerd in bepaalde typen clienten, inkomensniveau’s, of specifieke doelgroepen?
Maakt u gebruik van geschreven financiële adviezen? Hoeveel pagina’s bevat uw advies gemiddeld?
Hoe zou u de gemiddelde benadering beschrijven om mijn specifieke situatie in kaart te krijgen?
Bent u ooit negatief in aanraking geweest met de AFM? Zo ja, hoe luidde de klacht?
Wat verwacht u van mij als cliënt in onze relatie?
Hoe wordt u betaald? Werkt u op basis van uurtarief, commissie of een combinatie hiervan?
Bent u persoonlijk gemachtigd om complexe financiële producten te adviseren, of is dat iemand anders binnen uw bedrijf?
1.4 Wat is een pensioengat?
Ooit hebben we als standaard bepaald dat 70% van je laatste verdiende inkomen een nette basis is voor je oudedagsinkomen. Alles wat je in geld tekort komt om niet op een jaarinkomen van 70% van je laatst verdiende inkomen uit te komen als je daadwerkelijk 65 bent geworden, noemen we pensioengat.
Geloof je de reclamespotjes heeft vrijwel iedere werkende Nederlanders zo’n gat, en is de oplossing uitsluitend het direct beginnen met extra lijfrentepolissen afsluiten.
In de praktijk gaat het natuurlijk niet om het halen van deze 70%-norm. De vraag is of je na je pensioendatum wel kunt rondkomen. Dat hangt af van je bestedingswensen en ten opzichte van je middelen. Geld op een spaarrekening of een goed verkoopbaar eigen bedrijf kan prima dienst doen om een pensioengat te vullen. Kijk wel altijd samen met je adviseur of je jezelf niet rijk rekent met te onzekere factoren.
Als vrijwel niemand de 70% haalt, kun je je voorstellen dat er diverse oorzaken zijn waardoor een pensioengat ontstaat. Een bloemlezing van veelvoorkomende oorzaken:
Je bent niet direct op je 25e gaan werken. Je hebt je loopbaan onderbroken. Je bent eerder gestopt met werken om welke reden dan ook. Dan valt je pensioen uit loondienst lager uit, omdat je niet opbouwde.
Bij verandering van werkgever kun je je pensioen wel meenemen, maar de oude aanspraken stijgen niet zo direct mee als je nieuwe aanspraken. Gevolg: uiteindelijk een lager pensioen.
Je werkt in deeltijd in loondienst. Alleen over de uren die je werkt bouw je op. Soms ook nog met een inhouding van AOW-franchise die niet overeenstemt met het bedrag waar je werkelijk recht op hebt. Gevolg: minder pensioen.
Ga je scheiden heeft je partner recht op een deel van je pensioen. Dan houdt je zelf minder over.
Je werkt in deeltijd of volledig als zelfstandige en bent nog niet met een pensioenvoorziening (for of lijfrente) begonnen. Zo bouwt je pensioengat eenvoudig op.
Hoe groot is mijn pensioengat
Wil je echt bepalen of je pensioengat serieus tot problemen kan leiden, of dat er alleen sprake is van een papieren tekort? Dan kun je niet uitgaan van de opgave van je (voormalig) werkgever. Een optelsom van de waarde van al je pensioenpolissen en andere inkomstenbronnen is nodig.
Je zult dus bij pensioenfondsen waar je deelnemer was of bent de waarde van je polissen moeten opvragen. Begin hier op tijd mee: de wachttijden voor een waardeoverzicht kunnen abominabel lang zijn. Denk dus niet dat je binnen een week alle cijfers paraat hebt.
Ook verschilt de informatie die je krijgt van vorm. Het ene pensioenfonds geeft aan hoe hoog het kapitaal is dat je hebt opgebouwd tot op heden, de ander geeft een prognose hoe hoog het kapitaal over dertig jaar zal zijn.
Wil je weten hoe hoog het bedrag per maand is waar je vanaf een bepaald moment op mag rekenen, zul je zien veel pensioenfondsen het om rekenkundige redenen moeilijk hebben met het noemen van een bedrag per maand. Je zult het met een schatting moeten doen.
Vergeet niet om te kijken of je nog koopsompolissen hebt gesloten in een bepaald jaar. Dit zijn eenmalige stortingen in een lijfrente. Ook hier kun je de verzekeraar wel vragen om een schatting van het maandbedrag op einddatum.
Tot slot blijft natuurlijk spaargeld, beleggingen of waardedragend eigendom als een verkoopbaar tweede huis of bedrijfspand een factor die je mee moet nemen. Ook hier kom je tot een idee van de waarde als je het bedrag dat vrij zou kunnen komen op je 65e verdeeld per jaar tot je 82e. Het is een ruwe deling, maar het geeft wel een indruk van je stand van (pensioen)zaken.
1.5 Wat is een AOW-gat?
Ben je na 1949 geboren en heb je een partner? Dan kun je te maken krijgen met korting op de AOW-uitkering. Het tekort in inkomen uit AOW dat ontstaat noemen we het AOW-gat. Ben je alleenstaand of is één van beide partners geboren voor 1 januari 1950 krijg je niet vanwege je leeftijd te maken met een AOW-gat. Je kunt nog wel om andere redenen gekort worden.
Ben je voor 1 januari 1950 geboren en heb je een partner die nog geen 65 jaar is, dan krijg je naast je eigen AOW-uitkering een toeslag voor je partner. Deze toeslag is afhankelijk van het inkomen van je partner. De maximale toeslag bedraagt € 8.149,- per jaar.
De hoogte van deze toeslag hangt wel samen met het inkomen van je partner. Vanaf 2015 verdwijnt deze toeslag helemaal. Dit is van belang voor ondernemers die een jongere partner hebben. Want in principe wordt je pensioen nog berekend vanuit de gedachte dat je straks een AOW-uitkering voor gehuwden krijgt. Zolang je partner nog geen 65 is, ontvangt je helaas maar de helft van de AOW voor gehuwden. De omvang van het AOW-gat hangt dus af van het leeftijdsverschil tussen jullie beiden. Stel dat je partner vijf jaar jonger is, dan heb je dus een AOW-gat van 5 x € 8.149,- = € 40.745,- .
1.6 Als ik nu nog niet wil beslissen?
In feite kan niemand werkelijk beslissen wat hij met zijn geld zal doen op 65-jarige leeftijd. Wie weet word je ziek, of prettiger maar ook ingrijpend: ga je naar het buitenland en blijf je daar. Feit is dat je geld zult moeten reserveren om je inkomen aan te vullen in de toekomst. En als de overheid steeds meer zelfredzaamheid promoot door de sociale uitkeringen te versoberen, is de boodschap simpel: maak zelf je grove berekening en zet maandelijks wat geld op een spaarrekening als je geen zin hebt om je nu in de details te verdiepen. Kijk eens per jaar of je nog een beetje in de buurt blijft van je voornemens en niet allerlei bedragen hebt besteed aan tussentijdse uitgaven. Iedereen heeft wel eens een jaar waarin het tegenzit. Vergeet het gewoon niet te compenseren als het beter gaat.
Ga je samenwonen, trouwen, echtscheiden, krijg je te maken met overlijden van je partner of ga je in je bedrijf belangrijke stappen zetten? Dan moet je meestal toch naar de financieel adviseur toe. Maak van zo’n moment gebruik om je pensioen meteen punt van aandacht te maken. Je zult zien dat het dan meteen met de hele stroom van beslissingen meegaat. Je pensioen hoeft niet elke dag aan de top van je agenda te staan. Maar als je er pas voor het eerst aandacht aan besteedt, tegen de tijd dat je er eigenlijk van wilt gaan genieten, ben je te laat.
1.7 Missers rond pensioen
Sommige mensen hebben echt geen idee hoe het zit met hun pensioen. Als de volgende uitspraken je bekend voorkomen? Kijk dan even na of je wel zo zeker weet dat je alles goed geregeld hebt.
1. Mijn bedrijf is mijn pensioen
Je hebt geen pensioen opgebouwd omdat je, nadat je bent gestopt met werken, van de opbrengst van je bedrijf wilt leven. Maar wat nu als bij verkoop de opbrengst tegenvalt, bijvoorbeeld omdat je arbeidsongeschikt raakt en gedwongen moet verkopen. Of omdat je taxichauffeur was en meende dat je vergunning genoeg geld zou opbrengen. Dan heb je ineens veel minder pensioen dan verwacht.
2. Pensioenen kosten alleen maar geld
Dit is echt onzin. Je kunt je liquiditeit zelfs verruimen door pensioen op te bouwen als je op de juiste wijze aftrekposten creëert. De opbouw van een pensioenreserve in een bv kan beperkt blijven tot een boekhoudkundige handeling. Hetzelfde principe geldt voor de fiscale oudedagsreserve (FOR) bij vof’s en eenmanszaken. Er gaat dus geen contant geld in om totdat je besluit geld af te storten in een polis.
3. Ik ben goed verzekerd
De meeste pensioenverzekeringen bouwen op met een basis van beleggingen. Dat is op lange termijn interessanter want de rente is laag. Maar dat betekent ook dat je niet gegarandeerd wordt wat je uiteindelijk zult ontvangen. Dalen de beurzen rampzalig vlak voor je polis uitkeert, zal dat je veel geld kosten. Zorg je voor een combinatie van verzekeringen en zeker ook voor een combinatie van zekere uitkeringen en onzekere uitkeringen, kom je al een heel eind verder.
4. Dan verkoop je toch gewoon de zaak?
Als jij overlijdt en je partner heeft zich nooit met het bedrijf bemoeid is het maar de vraag of er een goede onderhandeling gevoerd zal worden over de prijs van het bedrijf bij verkoop. Je kunt rekening houden met het risico dat de opbrengst lager zal zijn dan jij in gedachten had. Regel dus een zekerder inkomen voor je partner. Dat kan een overlijdensrisicoverzekering zijn, waarmee je een netto bedrag ontvangt, maar ook een partnerpensioen.
5. Er staat genoeg pensioenreserve op de balans
De pensioenreserve is niet meer dan een fiscale reserve. Je moet het geld om dit pensioen aan jezelf uit te keren ook daadwerkelijk gaan besteden en er over afrekenen met de fiscus. Je bent gewoon inkomstenbelasting verschuldigd over het pensioen dat je ontvangt, dus pas op dat je voldoende geld beschikbaar hebt.
6. Ik ben nooit ziek
Neem geen risico en zorg altijd voor een goede verzekering bij arbeidsongeschiktheid. In een pensioenpolis kun je vaak premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid meeverzekeren: de verzekeraar betaalt dan binnen bepaalde grenzen je premie. Gewoon spaargeld op de bank is ook in dit soort situaties niet onhandig.
7. Ik ben nu toch al te laat
Als je nu of later een keer de middelen hebt, kun je in één klap met terugwerkende kracht pensioen opbouwen over de hele periode dat je een bedrijf in bezit hebt. Dus laat de kans op een goede aftrekpost niet liggen. Je hoeft niet alles ineens op te voeren. Laat je gewoon goed adviseren over de mogelijkheden.
8. Mijn pensioenvermogen zit in de werk-BV
Hier kun je voor kiezen. Eén tip: ga in dit geval nooit failliet, dan is namelijk je pensioen weg.
9. De kinderen betalen mijn pensioen
Zet je pensioen niet op het spel omdat je hoopt dat je kinderen later de zaak voortzetten. Stel dat de bank tegen die tijd het volledige overnamebedrag niet zou willen lenen. Durf jij dan nog de pensioenverplichting uit het bedrijf te halen?
10. De lijfrenteaftrek is vervallen
Onzin. De basisaftrek is vervallen, maar je kunt nu je jaarruimte benutten. En mocht je in de afgelopen 7 jaar niet alle ruimte hebben benut, is er ook nog de inhaalruimte. Je kunt dus meestal wel iets fiscaal aftrekken voor de inkomstenbelasting. Neem de moeite om het even uit te rekenen. Het kan gratis op www.belastingdienst.nl
11. Ik stort jaarlijks een koopsom
Lijfrenteverzekeringen kennen hoge kosten. Ze zijn alleen zinvol als je ook gebruik kunt maken van het belastingvoordeel. Zodat je de premie aftrekt tegen 52% en later bij uitkering 42% betaalt.
Ga je na je 65e nog storten maak je dus sowieso al 10% verlies. Dat heeft geen zin. Door de korte looptijd (maximaal 5 jaar als je 65 bent) zullen de rendementen ook tegenvallen.
12. Ik ben goed verzekerd
De meeste pensioenverzekeringen bouwen op met een basis van beleggingen. Dat is op lange termijn interessanter want de rente is laag. Maar dat betekent ook dat je niet gegarandeerd wordt wat je uiteindelijk zult ontvangen. Dalen de beurzen rampzalig vlak voor je polis uitkeert, zal dat je veel geld kosten. Zorg je voor een combinatie van verzekeringen en zeker ook voor een combinatie van zekere uitkeringen en onzekere uitkeringen, kom je al een heel eind verder.
13. Alles zelf uitzoeken en geen deskundige raadplegen
Zelfs al komen de begrippen in dit boek nog zo duidelijk aan bod. Als je met je eigen cijfers gaat zitten, vind je uitzonderingen en specifieke situaties die hier niet behandeld worden. Zoek een adviseur die bij je past en voor jou terzake kundig is! Voer samen een gesprek over je wensen en de cijfers. Het is leuker dan het vaak in eerste instantie lijkt.
1. Waaruit bestaat een oudedagsinkomen
1.1 Hoeveel geld heb je nodig per maand?
1.2 Wanneer moet ik beginnen?
1.3 Ben ik te laat?
1.4 Wat is een pensioengat?
1.5 Wat is een AOW-gat?
1.6 Als ik nu nog niet wil beslissen?
1.7 Missers rond pensioen
1.0 Waaruit bestaat een oudedagsinkomen.
Wie kan zich voorstellen wat je werkelijk zult doen als je niet meer hoeft te werken? De meeste mensen hebben daar een beeld bij dat bestaat uit een keertje extra vakantie, wat meer tijd voor de kinderen en een goed boek of hobby’s. Praten over je oudedagsinkomen met een adviseur begint meestal met een vraag in die richting. En vervolgens komen er cijfers, vaktermen en meer cijfers. Geen wonder dat de meeste mensen hun pensioen financieel niet als een leuk onderwerp voor bij de borrel ervaren.
Het uitgangspunt van dit boek is eenvoudig: wil je een serieuze gesprekspartner zijn voor een financieel adviseur, zul je zelf beslissingen moeten kunnen nemen over je financiële situatie nu en op termijn. Daar heb je wel basiskennis voor nodig. Kennis van vaktermen en begrip van de onderwerpen waar je mee te maken krijgt. Je krijgt in dit boek dus kennis aangereikt, waarmee je een gesprek kunt aangaan en de vragen kunt stellen die voor jou van belang zijn.
Dat uitgangspunt heeft simpele gevolgen: volledigheid is bij dit boek geen streven geweest. Je bent na het lezen van dit boek niet in staat om je eigen pensioen te plannen. Pensioenregelgeving verandert voortdurend. Rechters doen dagelijks uitspraken die van belang zijn voor het vakgebied. Wil je echt een goed en helder beeld geven van een totale zakelijke situatie in verhouding tot privé, heb je een goede pensioenopleiding nodig en veel ervaringskennis. Laat daarom de financieel adviseur zijn werk doen, en ga zelf vooral in op de zaken die maken dat jij jouw oudedagsinkomen dusdanig regelt dat je niet voor onplezierige verrassingen komt te staan als er geen mogelijkheden voor verandering meer zijn.
1.1 Hoeveel geld heb je nodig per maand?
Neem een redelijk klinkend bedrag uitgaand van je eigen situatie en neem eenvoudig een factor ‘onbekend’ mee in je berekening. Maak je niet druk om inflatie of indexatie, ga eerst een maandbedrag vaststellen door je hypotheek/huur, (levens)verzekeringen, energie- en gasrekening, boodschappen, vakantiereserveringen en hobby’s in geld te waarderen. Houdt ook rekening met uitgaven die niet iedere maand gelijk zijn. Je vaste telefoonabonnement, of de gemeentebelastingen betaal je eens per kwartaal, of misschien zelfs eens per jaar. Je uitgaven wisselen van maand tot maand. Het is daarom beter om een gemiddelde maandbegroting te maken door de belangrijkste uitgaven van afgelopen jaar bij elkaar op te tellen en te delen door 12. Je kunt ook het volgende schema dat door het Nibud wordt geadviseerd, hanteren als hulpje:
Uitgaven
VASTE LASTEN
huur of hypotheek
gas, elektriciteit en water
heffingen gemeente en waterschap
abonnement kabel
internet
telefoon
mobiele telefoon
ziektekostenverzekering
inkomensverzekering eerste jaar ziekte
arbeidsongeschiktheidsverzekering
nabestaandenverzekering
pensioenverzekering
verzekeringen gezin ( aansprakelijkheid en begrafenis)
verzekeringen woning (inboedel, opstal)
autokosten (verzekering, wegenbelasting, onderhoud
reparatie en brandstof of je leasebedrag inclusief bijtelling)
openbaar vervoer
fiets
vaste kinderopvang
school- en studiekosten
abonnement(en) op krant en/of tijdschrift
contributies
alimentatie
afbetaling lening of schuld
RESERVERINGSUITGAVEN
inventaris
computer
kleding en schoenen
onderhoud en reparatie auto
onderhoud huis en tuin
uitgaan en hobby
vakantie
HUISHOUDELIJKE UITGAVEN
voeding
benzine
persoonlijke verzorging
schoonmaakartikelen
diversen
zakgeld
totaal uitgaven
Bron: Nibud
Een grove schatting maak je meestal op eenvoudige manier: wat zijn je maandinkomsten gemiddeld per maand op dit moment? Welke van die maandinkomsten zullen nog ongeveer gelijk zijn? Gaan er nog kinderen de deur uit, overweeg je te verhuizen en de overwaarde van je huis te consumeren bij pensioen? Dat soort factoren maken je berekening hoeveel geld je nodig zult hebben per maand voor vaste lasten enigszins onzeker. Maak daar vooral geen belemmering van!
Vind je het lastig om je inkomen te bepalen omdat het sterk wisselt? Neem dan eenvoudigweg je inkomen van het afgelopen jaar als uitgangspunt. Kijk daarbij ook even naar de twee jaar ervoor. Is je inkomen (ongeacht of het uit loondienst, winst uit onderneming of een mix was) sterk veranderd, neem dan een redelijk gemiddelde als maandinkomen. Zo werk je vanzelf toe naar een voor jou redelijk maandinkomen als maatstaf, waarbij je ook de afgelopen jaren kon rondkomen. Rond bij twijfel gewoon naar boven af. Je kunt beter eerder “genoeg” geld bij elkaar hebben, dan uiteindelijk tekort komen.
Heb je een werkbaar indicatie-inkomen gevonden? Ga dan eens kijken naar de leeftijd waarop je het liefst zou stoppen met werken voor 100%. Of je werkelijk zult stoppen op die leeftijd, kun je altijd op het actuele moment bepalen. Parttime werken staat je altijd vrij. Maar dan nog altijd liever parttime werken omdat je het leuk vindt, dan omdat er gewoon niet voldoende brood op de plank is.
Heb je de leeftijd? Dan heb je eveneens het aantal pensioenjaren dat je zou kunnen nemen als uitgangspunt als je kijkt naar de gemiddelde overlijdensleeftijd van de Nederlandse man en vrouw. Maak het jezelf makkelijk en neem 82 jaar als uitgangspunt. Trek 82 af van je gewenste pensioenleeftijd en vermenigvuldig dit met het geschatte jaarinkomen dat je zou willen ontvangen in die jaren. Kijk je nu aan tegen een astronomisch getal voor je gevoel? Je mag er voor het gemak 11.400 euro per jaar weer aftrekken als je alleenstaand bent en 15700 voor een echtpaar waarbij beide partners ouder dan 65 jaar zijn. Dit bedrag representeert de AOW. De rest moet je in principe zelf doen. Pensioen bouw je op in een werkgever-werknemer relatie, lijfrente doe je zelf.
Ga je nu met deze informatie naar een financieel adviseur, zul je zien dat hij of zij ook deze vragen aan je stelt. Leg jouw eigen berekeningen en plannen gewoon in alle openheid aan hem of haar voor, na een grondige kennismaking vooraf. Het geeft de adviseur een snel inzicht in je plannen en wijze van benaderen. Als je een adviseur hebt getroffen die bij je past, zul je zien dat jouw huiswerk tot voorstellen en invalshoeken leidt, die je zelf niet had kunnen bedenken.
1.2 Wanneer moet ik beginnen?
Je hebt zojuist een bijzonder grove indruk gekregen van de hoeveelheid geld die je nodig hebt om je leven ongeveer zo te kunnen blijven leiden als je het op dit moment doet, in een periode dat je niet langer direct loon uit arbeid (in welke vorm dan ook) ontvangt. In principe heb je vanaf je 15e levensjaar de tijd om de basis van je oudedagsinkomen (AOW) op te bouwen en ga je meestal vanaf je 25e pensioen opbouwen via een werkgever. Ben je zelfstandige regel je zelf je pensioen door middel van lijfrente. In dit boek gaan we stapsgewijs door de onderwerpen die van belang zijn heen.
Laat je niet misleiden door de ideale verhalen van reclamespotjes. De realiteit is dat veel Nederlanders, vooral vrouwen en kleine zelfstandigen, hun pensioen niet goed of zelfs slecht geregeld hebben. In onderzoek van het Nibud in 2005 gaf maar liefst 37% van de ondervraagden aan alleen of samen met een partner een pensioengat te hebben. De meest voorkomende oorzaak was simpelweg dat de pensioenopbouw een aantal jaren ontbroken had. Met andere woorden, de meeste mensen hebben wel iets beters te doen dan de keuzes in hun werkend leven te baseren op de gevolgen voor het inkomen op de oudedag. Tegelijk geeft 30% van de ruim 5000 respondenten aan zelf bij te sparen voor inkomen op de oudedag. Gemiddeld genomen wordt de FOR daarbij maar door 1% daadwerkelijk gebruikt.
De vraag blijft dan natuurlijk wie weet wat er werkelijk verwacht kan worden op of rond de pensioenleeftijd. Voor een deel blijft dit kijken naar de toekomst waar je het fiscaal beleid, de stand van de sociale voorzienigen en de opbrengst uit beleggingen niet kunt garanderen. Maar je kunt binnen redelijke marges wel een aanname doen. Daar ga je vanuit als je een reservering inricht.
1.3 Ben ik te laat?
Een goede financieel adviseur kan je een goed antwoord geven over de verhouding tussen je gewenste financiële situatie op een bepaalde leeftijd in de toekomst en de wijze waarop je daar op dit moment wel of niet naar toewerkt. Je ziet dan simpelweg hoe groot de kans is dat je uit zult komen op de door jou gewenste situatie en natuurlijk: welke wegen er voor jou open zijn om hier iets aan te doen. Om het rekenvoorbeeld van zojuist nog even aan te halen. Wil je zelf eens wat spelen met cijfers rondom pensioenkapitaal? Op de website www.pensioenkijker.nl kun je het maandinkomen van je keuze invoeren voor je eigen pensioenleeftijd, waarna je kunt zien hoeveel geld je dan nodig hebt om dit inkomen te financieren. Zo krijg je een aardig gevoel voor verhoudingen tussen kapitaal en maandinkomen op termijn.Het antwoord op de vraag of het bedrag van €1006200,- uit het eerder gebruikte voorbeeld voor deze persoon bijeen te krijgen is, is natuurlijk afhankelijk van hoeveel pensioen er al is opgebouwd, hoe de verdere stand van het vermogen is, en hoeveel ruimte er is om nieuwe bedragen te reserveren om verder pensioenvermogen op te bouwen. Een financieel adviseur brengt al deze factoren overzichtelijk voor je in kaart.
Belangrijk is dan ook: waar vind je de financieel adviseur die bij je past en waar let je dan op.
Een paar eenvoudige tips:
Vraag gewoon eens om je heen bij collega’s en vrienden die je vertrouwt, wie hun financieel adviseur is en wat hun ervaringen zijn. Waarom zijn ze tevreden, of wellicht waarom niet?
Daarnaast is het zinvol om een professionele beroepsvereniging als de FFP (federatie van financieel planners) of MFP (register masters in financial planning) te vragen wie van hun leden in jouw regio is aangesloten.
Heb je een adviseur of een kantoor gevonden, ga dan eerst eens langs voor een kennismakingsgesprek voor je al je papieren op tafel legt en op de inhoud ingaat. Neem eventueel een collega of partner mee. Let tijdens het gesprek goed op de wijze waarop je het advies van de adviseur ontvangt. Begrijp je de antwoorden? Voel je je ook daadwerkelijk geïnformeerd als je het pand verlaat, of voel je je geïntidimideerd door zoveel feiten die op je af komen en ben je niet gerust op je eigen situatie? Zou je deze adviseur bellen als het echt belangrijk is (stel: je partner overlijdt plotseling) om je bij te staan met advies?
Vragen die je zou kunnen stellen zijn bijvoorbeeld:
Beschrijft u eens een klant die typisch bij u of uw kantoor past?
Bent u gespecialiseerd in bepaalde typen clienten, inkomensniveau’s, of specifieke doelgroepen?
Maakt u gebruik van geschreven financiële adviezen? Hoeveel pagina’s bevat uw advies gemiddeld?
Hoe zou u de gemiddelde benadering beschrijven om mijn specifieke situatie in kaart te krijgen?
Bent u ooit negatief in aanraking geweest met de AFM? Zo ja, hoe luidde de klacht?
Wat verwacht u van mij als cliënt in onze relatie?
Hoe wordt u betaald? Werkt u op basis van uurtarief, commissie of een combinatie hiervan?
Bent u persoonlijk gemachtigd om complexe financiële producten te adviseren, of is dat iemand anders binnen uw bedrijf?
1.4 Wat is een pensioengat?
Ooit hebben we als standaard bepaald dat 70% van je laatste verdiende inkomen een nette basis is voor je oudedagsinkomen. Alles wat je in geld tekort komt om niet op een jaarinkomen van 70% van je laatst verdiende inkomen uit te komen als je daadwerkelijk 65 bent geworden, noemen we pensioengat.
Geloof je de reclamespotjes heeft vrijwel iedere werkende Nederlanders zo’n gat, en is de oplossing uitsluitend het direct beginnen met extra lijfrentepolissen afsluiten.
In de praktijk gaat het natuurlijk niet om het halen van deze 70%-norm. De vraag is of je na je pensioendatum wel kunt rondkomen. Dat hangt af van je bestedingswensen en ten opzichte van je middelen. Geld op een spaarrekening of een goed verkoopbaar eigen bedrijf kan prima dienst doen om een pensioengat te vullen. Kijk wel altijd samen met je adviseur of je jezelf niet rijk rekent met te onzekere factoren.
Als vrijwel niemand de 70% haalt, kun je je voorstellen dat er diverse oorzaken zijn waardoor een pensioengat ontstaat. Een bloemlezing van veelvoorkomende oorzaken:
Je bent niet direct op je 25e gaan werken. Je hebt je loopbaan onderbroken. Je bent eerder gestopt met werken om welke reden dan ook. Dan valt je pensioen uit loondienst lager uit, omdat je niet opbouwde.
Bij verandering van werkgever kun je je pensioen wel meenemen, maar de oude aanspraken stijgen niet zo direct mee als je nieuwe aanspraken. Gevolg: uiteindelijk een lager pensioen.
Je werkt in deeltijd in loondienst. Alleen over de uren die je werkt bouw je op. Soms ook nog met een inhouding van AOW-franchise die niet overeenstemt met het bedrag waar je werkelijk recht op hebt. Gevolg: minder pensioen.
Ga je scheiden heeft je partner recht op een deel van je pensioen. Dan houdt je zelf minder over.
Je werkt in deeltijd of volledig als zelfstandige en bent nog niet met een pensioenvoorziening (for of lijfrente) begonnen. Zo bouwt je pensioengat eenvoudig op.
Hoe groot is mijn pensioengat
Wil je echt bepalen of je pensioengat serieus tot problemen kan leiden, of dat er alleen sprake is van een papieren tekort? Dan kun je niet uitgaan van de opgave van je (voormalig) werkgever. Een optelsom van de waarde van al je pensioenpolissen en andere inkomstenbronnen is nodig.
Je zult dus bij pensioenfondsen waar je deelnemer was of bent de waarde van je polissen moeten opvragen. Begin hier op tijd mee: de wachttijden voor een waardeoverzicht kunnen abominabel lang zijn. Denk dus niet dat je binnen een week alle cijfers paraat hebt.
Ook verschilt de informatie die je krijgt van vorm. Het ene pensioenfonds geeft aan hoe hoog het kapitaal is dat je hebt opgebouwd tot op heden, de ander geeft een prognose hoe hoog het kapitaal over dertig jaar zal zijn.
Wil je weten hoe hoog het bedrag per maand is waar je vanaf een bepaald moment op mag rekenen, zul je zien veel pensioenfondsen het om rekenkundige redenen moeilijk hebben met het noemen van een bedrag per maand. Je zult het met een schatting moeten doen.
Vergeet niet om te kijken of je nog koopsompolissen hebt gesloten in een bepaald jaar. Dit zijn eenmalige stortingen in een lijfrente. Ook hier kun je de verzekeraar wel vragen om een schatting van het maandbedrag op einddatum.
Tot slot blijft natuurlijk spaargeld, beleggingen of waardedragend eigendom als een verkoopbaar tweede huis of bedrijfspand een factor die je mee moet nemen. Ook hier kom je tot een idee van de waarde als je het bedrag dat vrij zou kunnen komen op je 65e verdeeld per jaar tot je 82e. Het is een ruwe deling, maar het geeft wel een indruk van je stand van (pensioen)zaken.
1.5 Wat is een AOW-gat?
Ben je na 1949 geboren en heb je een partner? Dan kun je te maken krijgen met korting op de AOW-uitkering. Het tekort in inkomen uit AOW dat ontstaat noemen we het AOW-gat. Ben je alleenstaand of is één van beide partners geboren voor 1 januari 1950 krijg je niet vanwege je leeftijd te maken met een AOW-gat. Je kunt nog wel om andere redenen gekort worden.
Ben je voor 1 januari 1950 geboren en heb je een partner die nog geen 65 jaar is, dan krijg je naast je eigen AOW-uitkering een toeslag voor je partner. Deze toeslag is afhankelijk van het inkomen van je partner. De maximale toeslag bedraagt € 8.149,- per jaar.
De hoogte van deze toeslag hangt wel samen met het inkomen van je partner. Vanaf 2015 verdwijnt deze toeslag helemaal. Dit is van belang voor ondernemers die een jongere partner hebben. Want in principe wordt je pensioen nog berekend vanuit de gedachte dat je straks een AOW-uitkering voor gehuwden krijgt. Zolang je partner nog geen 65 is, ontvangt je helaas maar de helft van de AOW voor gehuwden. De omvang van het AOW-gat hangt dus af van het leeftijdsverschil tussen jullie beiden. Stel dat je partner vijf jaar jonger is, dan heb je dus een AOW-gat van 5 x € 8.149,- = € 40.745,- .
1.6 Als ik nu nog niet wil beslissen?
In feite kan niemand werkelijk beslissen wat hij met zijn geld zal doen op 65-jarige leeftijd. Wie weet word je ziek, of prettiger maar ook ingrijpend: ga je naar het buitenland en blijf je daar. Feit is dat je geld zult moeten reserveren om je inkomen aan te vullen in de toekomst. En als de overheid steeds meer zelfredzaamheid promoot door de sociale uitkeringen te versoberen, is de boodschap simpel: maak zelf je grove berekening en zet maandelijks wat geld op een spaarrekening als je geen zin hebt om je nu in de details te verdiepen. Kijk eens per jaar of je nog een beetje in de buurt blijft van je voornemens en niet allerlei bedragen hebt besteed aan tussentijdse uitgaven. Iedereen heeft wel eens een jaar waarin het tegenzit. Vergeet het gewoon niet te compenseren als het beter gaat.
Ga je samenwonen, trouwen, echtscheiden, krijg je te maken met overlijden van je partner of ga je in je bedrijf belangrijke stappen zetten? Dan moet je meestal toch naar de financieel adviseur toe. Maak van zo’n moment gebruik om je pensioen meteen punt van aandacht te maken. Je zult zien dat het dan meteen met de hele stroom van beslissingen meegaat. Je pensioen hoeft niet elke dag aan de top van je agenda te staan. Maar als je er pas voor het eerst aandacht aan besteedt, tegen de tijd dat je er eigenlijk van wilt gaan genieten, ben je te laat.
1.7 Missers rond pensioen
Sommige mensen hebben echt geen idee hoe het zit met hun pensioen. Als de volgende uitspraken je bekend voorkomen? Kijk dan even na of je wel zo zeker weet dat je alles goed geregeld hebt.
1. Mijn bedrijf is mijn pensioen
Je hebt geen pensioen opgebouwd omdat je, nadat je bent gestopt met werken, van de opbrengst van je bedrijf wilt leven. Maar wat nu als bij verkoop de opbrengst tegenvalt, bijvoorbeeld omdat je arbeidsongeschikt raakt en gedwongen moet verkopen. Of omdat je taxichauffeur was en meende dat je vergunning genoeg geld zou opbrengen. Dan heb je ineens veel minder pensioen dan verwacht.
2. Pensioenen kosten alleen maar geld
Dit is echt onzin. Je kunt je liquiditeit zelfs verruimen door pensioen op te bouwen als je op de juiste wijze aftrekposten creëert. De opbouw van een pensioenreserve in een bv kan beperkt blijven tot een boekhoudkundige handeling. Hetzelfde principe geldt voor de fiscale oudedagsreserve (FOR) bij vof’s en eenmanszaken. Er gaat dus geen contant geld in om totdat je besluit geld af te storten in een polis.
3. Ik ben goed verzekerd
De meeste pensioenverzekeringen bouwen op met een basis van beleggingen. Dat is op lange termijn interessanter want de rente is laag. Maar dat betekent ook dat je niet gegarandeerd wordt wat je uiteindelijk zult ontvangen. Dalen de beurzen rampzalig vlak voor je polis uitkeert, zal dat je veel geld kosten. Zorg je voor een combinatie van verzekeringen en zeker ook voor een combinatie van zekere uitkeringen en onzekere uitkeringen, kom je al een heel eind verder.
4. Dan verkoop je toch gewoon de zaak?
Als jij overlijdt en je partner heeft zich nooit met het bedrijf bemoeid is het maar de vraag of er een goede onderhandeling gevoerd zal worden over de prijs van het bedrijf bij verkoop. Je kunt rekening houden met het risico dat de opbrengst lager zal zijn dan jij in gedachten had. Regel dus een zekerder inkomen voor je partner. Dat kan een overlijdensrisicoverzekering zijn, waarmee je een netto bedrag ontvangt, maar ook een partnerpensioen.
5. Er staat genoeg pensioenreserve op de balans
De pensioenreserve is niet meer dan een fiscale reserve. Je moet het geld om dit pensioen aan jezelf uit te keren ook daadwerkelijk gaan besteden en er over afrekenen met de fiscus. Je bent gewoon inkomstenbelasting verschuldigd over het pensioen dat je ontvangt, dus pas op dat je voldoende geld beschikbaar hebt.
6. Ik ben nooit ziek
Neem geen risico en zorg altijd voor een goede verzekering bij arbeidsongeschiktheid. In een pensioenpolis kun je vaak premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid meeverzekeren: de verzekeraar betaalt dan binnen bepaalde grenzen je premie. Gewoon spaargeld op de bank is ook in dit soort situaties niet onhandig.
7. Ik ben nu toch al te laat
Als je nu of later een keer de middelen hebt, kun je in één klap met terugwerkende kracht pensioen opbouwen over de hele periode dat je een bedrijf in bezit hebt. Dus laat de kans op een goede aftrekpost niet liggen. Je hoeft niet alles ineens op te voeren. Laat je gewoon goed adviseren over de mogelijkheden.
8. Mijn pensioenvermogen zit in de werk-BV
Hier kun je voor kiezen. Eén tip: ga in dit geval nooit failliet, dan is namelijk je pensioen weg.
9. De kinderen betalen mijn pensioen
Zet je pensioen niet op het spel omdat je hoopt dat je kinderen later de zaak voortzetten. Stel dat de bank tegen die tijd het volledige overnamebedrag niet zou willen lenen. Durf jij dan nog de pensioenverplichting uit het bedrijf te halen?
10. De lijfrenteaftrek is vervallen
Onzin. De basisaftrek is vervallen, maar je kunt nu je jaarruimte benutten. En mocht je in de afgelopen 7 jaar niet alle ruimte hebben benut, is er ook nog de inhaalruimte. Je kunt dus meestal wel iets fiscaal aftrekken voor de inkomstenbelasting. Neem de moeite om het even uit te rekenen. Het kan gratis op www.belastingdienst.nl
11. Ik stort jaarlijks een koopsom
Lijfrenteverzekeringen kennen hoge kosten. Ze zijn alleen zinvol als je ook gebruik kunt maken van het belastingvoordeel. Zodat je de premie aftrekt tegen 52% en later bij uitkering 42% betaalt.
Ga je na je 65e nog storten maak je dus sowieso al 10% verlies. Dat heeft geen zin. Door de korte looptijd (maximaal 5 jaar als je 65 bent) zullen de rendementen ook tegenvallen.
12. Ik ben goed verzekerd
De meeste pensioenverzekeringen bouwen op met een basis van beleggingen. Dat is op lange termijn interessanter want de rente is laag. Maar dat betekent ook dat je niet gegarandeerd wordt wat je uiteindelijk zult ontvangen. Dalen de beurzen rampzalig vlak voor je polis uitkeert, zal dat je veel geld kosten. Zorg je voor een combinatie van verzekeringen en zeker ook voor een combinatie van zekere uitkeringen en onzekere uitkeringen, kom je al een heel eind verder.
13. Alles zelf uitzoeken en geen deskundige raadplegen
Zelfs al komen de begrippen in dit boek nog zo duidelijk aan bod. Als je met je eigen cijfers gaat zitten, vind je uitzonderingen en specifieke situaties die hier niet behandeld worden. Zoek een adviseur die bij je past en voor jou terzake kundig is! Voer samen een gesprek over je wensen en de cijfers. Het is leuker dan het vaak in eerste instantie lijkt.

