De Vestigingswet is 18 juli 2007 per Koninklijk Besluit volledig afgeschaft. Starters in de bouw-, installatie-, vervoermiddelen- en levensmiddelensector hebben vanaf die datum geen vestigingsvergunning meer nodig om hun bedrijf te starten. De Kamer van Koophandel (KvK) voerde deze wet uit. De KvK controleerde de vereiste diploma's van de startende ondernemer en gaf op basis daarvan een Vestigingsvergunning af.

Doel van de afschaffing is het wegnemen van barrières voor ondernemerschap, concurrentie en werkgelegenheid.
Daarnaast was er sprake van wildgroei in wet- en regelgeving, alsmede ongelijkheid tussen starters en reeds gevestigde ondernemers. Eisen op het gebied van veiligheid, gezondheidsbescherming en milieu worden ook al gesteld en nader uitgewerkt in bijvoorbeeld de Wet Milieubeheer, de ARBO-wet, de Warenwet en het Bouwbesluit. Deze regelgeving geldt bovendien voor álle ondernemers en niet alleen voor starters. De Vestigingswet heeft op deze punten geen toegevoegde waarde meer en moest dus worden afgeschaft.

De oorspronkelijke wet dateert uit 1954 en was ingesteld om het vakpeil en de algemene handelskennis van startende ondernemers te verhogen. Dit moest ondoordachte vestiging van bedrijven voorkomen. De Vestigingswet was in 1990 al vereenvoudigd door het wegvallen van de eis van kredietwaardigheid. In 2001 werd de wet al grotendeels afgeschaft door het wegvallen van de eisen voor Algemene Ondernemerschapsvaardigheden.